© Powered by SiteSpirit

 

Onderwijscooperatie en lerarenregister

Naar een sterke beroepsgroep

Datum van plaatsing: oktober 2011    

Op 1 oktober 2011 is een nieuwe landelijke beroepsvereniging voor docenten van start gegaan. Deze 'Onderwijscoöperatie', gevormd door de belangrijkste onderwijsberoepsverenigingen in Nederland, waaronder het Platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs (inclusief de VDLG), werkt samen met leraren uit alle onderwijssectoren. Onder het motto 'van u, voor u en door u' is een sterke beroepsgroep het doel. Een lerarenregister realiseren wordt de eerste daad.    

Het was lang stil van de kant van de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) wat betreft het lerarenregister. Vorig jaar berichtte het bestuur hier dat de SBL het lerarenregister zou vormgeven. Halverwege 2010 ontstond er echter bestuurlijke roering tussen de SBL en zijn vijf partners: AOb, Beter Onderwijs Nederland, CMHF Onderwijs, CNV Onderwijs en Platform VVVO. Sindsdien is de stichting  omgevormd tot een coöperatie van die vijf partners. Deze Onderwijscoöperatie start per 1 januari 2011. De SBL wordt opgeheven.    

Samen werken aan een sterk beroep
 
In de Onderwijscoöperatie werken de vijf genoemde partners samen met hen die zij vertegenwoordigen: alle leraren in primair en voortgezet onderwijs, beroeps- en hoger onderwijs. Niet eerder werkten beroepsverenigingen zo eendrachtig samen aan de versterking van de beroepsgroep.  
Het belangrijkste uitgangspunt van de Onderwijscoöperatie is dat deze van en voor de leraar is. Het idee is de leraar weer het heft in handen te geven, zodat leraarschap weer een sterk beroep wordt. De Onderwijscoöperatie wil, naast het zijn van steun en baken voor leraren, een gezaghebbende gesprekspartner worden voor de politiek en het onderwijsveld.    

Drie speerpunten van de Onderwijscoöperatie
 
De Onderwijscoöperatie stelt dat goede leraren zorgen voor goed onderwijs. Door middel van drie speerpunten wil de coöperatie die onderwijskwaliteit waarborgen: 
1. De bekwaamheid van de leraar. De Onderwijscoöperatie wil kaders helpen stellen en normen helpen ontwikkelen die de onderwijskwaliteit waarborgen. Wat moet een goede leraar allemaal kennen en kunnen? Welke opleidingen en nascholingscursussen zijn belangrijk? 
2. De professionele ruimte van de leraar. De Onderwijscoöperatie wil werken aan versterking van de positie van de leraar in de onderwijspraktijk. Krijgt deze als professional ruimte om zijn vak goed uit te oefenen? Welke steun heeft hij nodig en hoe kan hij zich doorontwikkelen?  
3. Een goed imago van het beroep. Een goede leraar die ruimte krijgt om zijn vak professioneel uit te oefenen, is het fundament van een goed imago. De Onderwijscoöperatie wil zich ervoor inzetten.    

Een uitnodigend lerarenregister 
In de keten van activiteiten om de beroepskwaliteit te waarborgen - denk ook aan: bekwaamheidseisen en goede lerarenopleidingen, ziet de Onderwijscoöperatie het lerarenregister als een belangrijk instrument. In een register wordt het onderhouden van bekwaamheid zichtbaar.  
Volgens de Onderwijscoöperatie moet een register leraren uitnodigen om zich te professionaliseren en bovendien een appèl doen op hun beroepstrots. In het register dat de coöperatie ontwikkelt, gaat het dan ook niet om dwang of om 'studiepunten afvinken'. Leraren worden persoonlijk verantwoordelijk geacht zich te registreren. Zij kunnen ook zelf in het register aangeven hoe zij, bijvoorbeeld via nascholing of eigen vormen van professionalisering, hun kwaliteit op peil houden of verbeteren. 
Inschrijving in het lerarenregister is dus wat de Onderwijscoöperatie betreft de vrijwillige keuze van de leraar; het wordt dan ook een privaatrechtelijk register. Op politiek vlak zien we echter dat het huidige kabinet in het Actieplan Leraar 2020 stelt dat vanaf 2018 het lidmaatschap ervan verplicht is. Dat zou kunnen betekenen dat het register publiekrechtelijk wordt en dat leraren die niet (meer) geregistreerd zijn, niet (meer) in het onderwijs kunnen werken. Of zo'n verandering plaatsvindt, hangt onder meer af van de ervaringen met het huidige lerarenregister - levert dit al de gewenste kwaliteitsimpuls op? - en van de onderhandelingen met de overheid, evenals die tussen de partners in de Onderwijscoöperatie.

De Onderwijscoöperatie start op 1 januari 2012 met het voorgenomen lerarenregister. Onder meer middelbare schoolleraren kunnen zich vanaf die datum registreren. Daarna wordt het systeem verder uitgebouwd en komen geleidelijk aan andere groepen leraren aan de beurt. Leraren die zich willen registreren, moeten voldoen aan een aantal instapeisen, zoals type opleiding, bevoegdheid en een minimaal aantal lesuren (0,2 fte). De inschrijving is gratis en vier jaar geldig.     

Alle groepen leraren betrekken in lerarencommissies 
Leraren zijn er in alle soorten en maten. Van een remedial teacher in het basisonderwijs tot een leraar Grieks op het gymnasium. Om aan alle ervaring en expertise recht te doen en om de kracht en de kennis van elkaar te benutten, wil de Onderwijscoöperatie diverse groepen leraren betrekken bij het werk van de coöperatie.
Alle groepen leraren worden benaderd om te participeren in commissies, die in opdracht van de algemene ledenvergadering van de Onderwijscoöperatie werken. Deze lerarencommissies buigen zich over de diverse facetten van de beroepskwaliteit van leraren: beroepsprofiel, kwalificatiestructuur, lerarenregister, kwaliteitsverbetering van opleidingen, enzovoorts.  
De betrokken organisaties in de Onderwijscoöperatie kunnen via hun eigen netwerk en ledenstructuur de juiste leraren voor de juiste commissies benaderen. Leraren die in een commissie participeren, krijgen een ruime vacatievergoeding van de coöperatie. Er wordt bovendien nog onderhandeld over een vergoeding van taakuren op de eigen school. 
De Onderwijscoöperatie start in elk geval met commissies voor: 
1. leraren primair onderwijs, groepsleraar (speciaal) basisonderwijs; groepsleraar (voortgezet) speciaal onderwijs, intern begeleiders en remedial teachers;  
2. leraren algemene vakken, zoals Engels, godsdienst/levensbeschouwing, wiskunde, dans; 
3. leraren beroepsgerichte en beroepskwalificerende vakken in vmbo en mbo; 
4. leraren praktijkonderwijs en leraren educatie.    

Organisatiestructuur van de Onderwijscoöperatie
 
De organisatie van de coöperatie is als volgt. Het 'hoogste orgaan' is de algemene ledenvergadering die bestaat uit de leden van de aangesloten beroepsorganisaties, één afgevaardigde per organisatie. Het bestuur heeft leden en een onafhankelijk voorzitter. Er is een lerarenadviesraad van vijftig leraren; zij zijn afgevaardigden van de beroepsorganisaties en hebben een belangrijke stem hebben in de koersbepaling van de coöperatie. Daarnaast zijn er senatoren: gezaghebbende deskundigen van buiten de beroepsorganisaties. Zij kunnen hun mening laten horen in de lerarenadviesraad. Het bureau is een klein team dat de activiteiten van de Onderwijscoöperatie coördineert en in goede banen leidt. De lerarencommissies, die dus bestaan uit leraren van alle beroepsorganisaties, gaan aan de slag met opdrachten van de algemene ledenvergadering. Zij richten zich daarbij op de drie speerpunten van de coöperatie: de bekwaamheid van de leraar, de professionele ruimte van de leraar en een goed imago van het lerarenberoep.    

VDLG vertegenwoordigen? 
Degene die namens de VDLG in een commissie wil plaatsnemen, of anderszins betrokken wil zijn (bijvoorbeeld in de lerarenadviesraad), wordt gevraagd contact op te nemen met de voorzitter: tvisser@besturenraad.nl. Ook voor meer informatie kunt u bij hem terecht.

Meer informatie vindt u op: www.onderwijscooperatie.nl





Lerarenregister, pilot 2010

Datum van plaatsing: december 2010

Op een VDLG-studiedag en in Narthex is ook al eens verteld over hoe de VDLG samen met de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) en andere vakverenigingen werkt aan de realisatie van een lerarenregister. We hebben daarvoor onder andere concept-beroepsstandaarden geformuleerd. Op deze pagina meer informatie over het lerarenregister.

Redenen
De commissie Rinnooy Kan stelt in rapport Leerkracht (2007) dat het lerarenberoep door de overheid versterkt dient te worden, onder andere door het ontwikkelen van een lerarenregister en het actueel houden van bekwaamheidseisen. Het rapport sluit hiermee aan bij de Wet BIO (2004), die stelt dat kwaliteitsborging van het lerarenberoep niet meer via bevoegdheden van leraren moet gaan (diploma's), maar via bekwaamheidseisen (competenties). De SBL formuleerde daarvoor de zeven lerarencompetenties. Het adagium is geworden: bekwaam leraar zijn, is bekwaam leraar blijven. Leraren dienen via scholing hun kwaliteit te borgen. Een lerarenregister is daarvoor hét instrument.
Naast Leerkracht pleiten ook lerarenorganisaties, zoals vakverenigingen, voor een lerarenregister. De beroepsgroep wil het heft in eigen hand nemen en gaat er van uit dat kwaliteit van binnenuit komt, niet van buiten- of bovenaf. Leraren willen zelf samenwerken aan professionaliteit en eenheid in kwaliteit (intrinsieke motivatie) en bovendien beroepstrots uitstralen, kwaliteit borgen en een betere beloning bewerkstelligen (extrinsiek).

Doelen
Het Ministerie van OCW heeft de SBL in 2007 gevraagd om samen met de vakverenigingen een lerarenregister te realiseren. Deze organisaties hebben daarvoor drie doelen gesteld: het inspireren en stimuleren tot kwaliteit van leraren, het versterken van de identiteit van de beroepsgroep en het bieden van een kwaliteitsnorm voor de beroepsuitoefening, in het bijzonder naar buiten toe. Verder willen ze dat het lerarenregister daadwerkelijk door leraren zelf gerealiseerd en beheerd moet worden en zo min mogelijk bureaucratie moet creëren. Daarom wordt het een privérechtelijk en geen publiekrechtelijk register – overheid noch werkgever verplicht leraren daartoe – en wordt er een eenvoudige registratiewebsite gecreëerd.

Contouren
Het geplande lerarenregister kent twee delen. Voor het generieke deel gelden de zes generieke SBL lerarencompetenties, voor het vakspecifieke deel de vakspecifieke beroepsstandaarden (als invulling van de zevende SBL lerarencompetentie: vakinhoudelijk en vakdidactisch competent).
De beroepsstandaarden zijn door alle vakverenigingen afzonderlijk gemaakt in vier gelijkluidende categorieën: 'kennis', 'vaardigheden', 'toetsing/feedback' en 'context'. Elke categorie is standaard verder onderverdeeld in: 'kennen/kunnen' en 'handelingsindicatoren'. Het concept van de VDLG staat op onze website.
Twee jaar geleden werd de vakverenigingen bovendien gevraagd een beroepscode op te stellen, momenteel wordt er echter gewerkt aan een generieke beroepscode.

Registratie
Elke leraar die bevoegd is en de beroepscode en beroepsstandaarden onderschrijft, kan zich laten registreren in het zogenaamde initiële register. Om in aanmerking te komen voor registratie in het beroepsregister zal een leraar vier jaar lang veertig uren per jaar scholing moeten verrichten. Deze scholingsactiviteiten moeten formeel gepland zijn, maar kunnen variëren van generieke scholing (bijvoorbeeld intervisie), vakspecifieke scholing (bijvoorbeeld vakstudiedagen), directe scholing (bijvoorbeeld gericht op bepaalde competenties) en indirecte scholing (bijvoorbeeld door het coachen van een collega). Alle typen scholingsactiviteiten zullen de komende tijd gewaardeerd worden in een systeem van 'credits', waardoor leraren voortaan hun activiteiten eenvoudig kunnen registreren op de registratiewebsite.
Hoe het registratiesysteem precies werkt leest u in de PDF-documenten verder naar onderen op deze pagina. Daar treft u onder andere de FAQ's (veelgestelde vragen) aan en het zogenaamde "Afstemmingsdocument", een document waarin de afspraken over het lerarenregister tussen SBL en de vakverenigingen opgetekend staan.

Registratiepilot
Afgelopen jaar deden tien leden van de VDLG een pilot 'proefregistratie'. Zij hebben geoefend met het registreren van hun scholingsactiviteiten in het lerarenregister. Vier van hen voldoen sindsdien aan de eisen om opgenomen te worden in het beroepsregister. Zij zijn daarmee registerdocent zodra de officiele registratie van start gaat. 


© Powered by SiteSpirit